Blind geluk of gewoon goed? - Clos des Frères Cru Vacqueyras rood 2016 en het verdict van 28 glazen

Gepubliceerd op 28 mei 2026 om 16:25

Blind geluk of gewoon goed? 

Clos des Frères Cru Vacqueyras rood 2016 en het verdict van 28 glazen

Er zijn momenten dat ik mezelf afvraag wat ik eigenlijk doe. Niet op een existentiële of dramatische manier, maar gewoon als die stille vraag die opkomt wanneer je in september vroeg tussen de wijnstokken staat en het lage licht over de garrigues van Sarrians valt. De dauw hangt nog aan de bessen. De Dentelles de Montmirail tekenen zich scherp af aan de horizon, zoals altijd, zoals altijd al. En dan pik je een druif, bijt erin, en je weet het meteen: dit is goed. Maar je weet ook dat je het niet kunt bewijzen. Niet echt. Je kunt geen grafiek maken van een gevoel. Je kunt geen rapport schrijven over de geur van rijpe grenache op een koele septemberochtend. Dus blijf je maar doen wat je doet, en hopen dat het glas uiteindelijk zegt wat de woorden niet kunnen.

Dat is precies wat er op die blinddegustatie eind mei 2026 bij Bob Driege van Vin Il Y A op de Sint-Kwintensberg in Gent gebeurde.

Achtentwintig rode cru-wijnen uit de Zuidelijke Rhône, millésime 2016, kriskras door elkaar geschonken. Geen labels. Geen namen. Geen verhalen die voorafgaan. Enkel het glas en de mensen eromheen, wijnliefhebbers die hun mening hebben en die ook laten horen. Over 2016, uiteraard. Want wat had je anders verwacht bij een horizontale proeverij van dit kaliber? Dit soort avonden worden niet elke dag georganiseerd, en Bob Driege weet als geen ander hoe je wijnliefhebbers samen krijgt en ze dan eerlijk voor zichzelf laat oordelen.

Ik herinner me de pluk van dat jaar nog goed. Die zomer was intens geweest, warm op een manier die je in de huid voelt, maar met iets wat ik nooit eerder zo sterk had meegemaakt: de nachten waren koel. Niet kil, niet onaangenaam, maar fris genoeg om alles wat overdag was opgebouwd weer enigszins te kalmeren. De grenachedruiven waren kleiner dan gemiddeld, gedrongen, met een dichtheid die je al in de palm van je hand voelde voor je ze in de bak gooide. Weinig sap, maar wat een concentratie. Wat een kleur. Bijna ondoorschijnend paars, een kleur die je zelden ziet en dan niet meer vergeet.

Wijnbouw die vertrekt van het terroir laat dat soort jaren extra goed zien. Zie je de bodem niet als iets om te sturen, maar als een levend systeem van micro-organismen, wortels, schimmels en mineralen die op elkaar inwerken, dan toont een jaar als 2016 iets wat je niet kunt plannen of voorspellen. De alluviale terrassen van Sarrians, het glaciale grind dat dateert van de Riss-ijstijd, de kleiige ondergrond die vocht vasthoudt en de stokken in droge zomers in evenwicht houdt: dat alles tekende zich dat jaar af in de bessen op een manier die ik alleen maar kon lezen, niet schrijven.

De grenache excelleerde op een wijze die ik moeilijk anders kan omschrijven: hij rook naar rijpe vijgen en gedroogde tijm, naar de garrigue die 's avonds zijn warmte vrijgeeft. Naar iets aardigs en tegelijk ongrijpbaars, als de herinnering aan een zomer die je niet meer precies kunt omschrijven, maar die je nooit vergeet. De syrah had dat jaar iets van een klein wonder: donker, dicht, met een tanninstructuur die soepel aanvoelde, maar je duidelijk maakte dat er iets serieus in het glas zat. Het smaakte naar natte rolkeien na regen. Naar voorzichtigheid en kracht tegelijk. Dat is de eigenlijke paradox van 2016 in de Zuidelijke Rhône: warm maar fris, krachtig maar elegant, open maar met reserves die je nog jaren zullen verrassen.

In de rest van Frankrijk had nachtvorst in het voorjaar voor ravage gezorgd: Bourgondische wijnmakers die me belden met strakke stemmen, Loire-producenten die halve oogsten kwijt waren. Hier, aan de voet van de Dentelles, waren we ontkomen. Er hing een lichte schaamte in die wetenschap, het soort dat je voelt als je zelf droog staat en anderen worden doorweekt. Maar de natuur verdeelt haar gunsten niet eerlijk. Dat weet een socioloog evengoed als een wijnbouwer.

In de pers werd millésime 2016 in de Zuidelijke Rhône de hemel ingeprezen, maar de realiteit (mede bevestigd door deze blinddegustatie) vraagt toch enige nuance. Jeb Dunnuck schreef dat het een jaargang was om "met gulle hand te kopen". Michel Chapoutier vergeleek het met 1990. Zulke uitspraken zijn tegelijk een geruststelling en een last. Want wanneer een jaar zo groot wordt aangekondigd, begint iedereen automatisch te zoeken naar de teleurstelling.

Tien jaar later nuanceert het glas dat verhaal zelf. 2016 proefde die avond vol en soms zwaar, met tannines die bij de minder gelukkige flessen de ruimte opeisten en niets anders overlieten. Droogtrekkend. Versleten, bijna. Maar de wijnen die voldoende zuurbagage hadden meegekregen, die flesjes waarin de wijnbouwer de koele septembernachten in het glas had weten te bewaren, die toonden zich van hun beste zijde: tannines in evenwicht, fruit dat ademde, een structuur die aanvoelde als iets wat nog lang niet klaar is met vertellen. Frisse zuren zijn in warme jaren niet vanzelfsprekend. Ze zijn het resultaat van keuzes: wanneer plukken, hoe lang wachten, wanneer loslaten. Een schilderij wordt pas mooi als de schilder weet wanneer hij zijn penseel neerlegt. Het resultaat is dan na 10 jaar een schilderij van pure elegantie.

Rond de tafel in de Sint-Kwintensberg borrelden de gesprekken. Ik zei weinig. Ik proefde. Wat deze blinddegustatie zo bijzonder maakte, was dat onze Clos des Frères Cru Vacqueyras 2016 naast wijnen stond die elk hun eigen karakter onverhuld toonden. De Clos de Trias uit de Ventoux kwam koeler en strakker over, zoals zo vaak op die hogere gronden. De ‘Hautes Granges’ van Escaravailles, een honderd procent syrah, lag open en eerlijk in het glas, zonder iets te verbergen. De ‘Lopy’ van Sang des Cailloux, een Vacqueyras die naar rijp fruit rook en tegelijk iets van zandsteen had, mineralig en recht. En de Restanques de Cabasolle van Roucas Toumba, een derde Vacqueyras die zonder naam of kaartje zijn weg naar de top vond. Drie Vacqueyras in de top vijf, blind, zonder lobby, zonder context.

Slechts drie van de achtentwintig wijnen haalden die avond geen enkele stem. Drie van de achtentwintig. Dat is wat een goede jaargang doet met een appellatie die al te lang in de schaduw van haar grote buur Châteauneuf-du-Pape stond.

Dat onze wijn als eerste werd uitgeroepen, wil ik eerlijk vertellen, deed iets met me. Niet de trots van een winnaar, meer het gevoel van iemand die een vraag had gesteld en een antwoord kreeg dat hij niet zeker had verwacht. Want hoeveel jaar je ook maakt, hoeveel oogsten je ook achter je hebt, het blijft een vreemde ervaring om je eigen wijn blind voor een zaal te zien passeren en af te wachten wat mensen ervan denken. Ik dacht aan Jérémy, die de vinificatie leidt en die de bodem kent zoals zijn eigen handen. Ik zei niets. Ik had niets te zeggen.

Ik rijd soms 's avonds laat langs de percelen in Sarrians, als het werk gedaan is en de hitte van de dag gezakt. De hemel boven de Dentelles is op zulke avonden bijna absurd mooi: diepblauw, overgaand in oranje langs de horizon, met de silhouetten van de lavendel en de rozenstruiken die we tussen de rijen planten, omdat ze ons iets vertellen over de gezondheid van de bodem. Kleine signalen. Een open vraag die we elke dag opnieuw stellen.

Wat doet een mens met zo'n plek? Wat geeft hij terug aan een bodem die hem jaar na jaar iets anders schenkt, ook in de moeilijke jaren, ook als het niet lukt? Ik weet het antwoord niet volledig. Maar ik geloof dat het ergens begint bij het loslaten van de neiging te controleren, en het oefenen van iets wat op aandacht lijkt. Niet mystiek bedoeld. Gewoon: kijken, luisteren, proeven, wachten.

Het glas was leeg. De nacht was nog jong.

Erwin Devriendt - 28 mei 2026 (in samenwerking met Rudi D'Hauwers)

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.